Het dossier
Interparking had behoefte aan een grondige, op meerdere locaties uitgevoerde beoordeling van de fijnstofconcentraties in hun Europese portfolio, een evaluatie van de luchtzuiveringsinstallaties die ze inzetten als onderdeel van het 'Lung in the City'-initiatief, en een basis voor het verbeteren van de efficiëntie van de ventilatiesystemen in het hele netwerk.
Wat we gedaan hebben
Airscan heeft meetapparatuur ingezet in meer dan 25 ondergrondse parkeergarages in vier landen om de concentraties van PM1, PM2,5 en PM10 te meten. Dit was de belangrijkste focus van het project 'Lung in the City'. Binnen het Belgische deel van de campagne – zeven locaties in Brussel, Gent, Antwerpen, Namen en Brugge – voerde Airscan uitgebreide meetcampagnes uit die het grootste deel van 2023 besloegen. De gegevens werden verzameld tijdens de piekuren tussen 08:00 en 22:00 uur om ervoor te zorgen dat de resultaten de daadwerkelijke blootstelling van bezoekers en werknemers weerspiegelden. De parameters die op deze locaties werden gemeten, omvatten niet alleen fijnstof, maar ook koolstofdioxide, lichte vluchtige organische stoffen en stikstofdioxide. Dit gaf een gedetailleerd beeld van hoe verschillende verontreinigende stoffen zich gedurende de dag in verschillende parkeergarages gedroegen. Waar meetgegevens inefficiënties in de ventilatie in het bredere Europese netwerk aan het licht brachten, leidde de analyse van Airscan tot directe verbeteringen van de systeemprestaties. Verschillende parkeergarages werden vervolgens uitgerust met luchtzuiveringsinstallaties van 'Lung in the City' om de blootstelling aan fijnstof op de meest getroffen locaties verder te verminderen.
Hoe het werkt
De luchtkwaliteit in parkeergarages volgt een voorspelbaar dagelijks patroon: stikstofdioxide en fijnstof hopen zich op gedurende de ochtend en middag, wanneer het autoverkeer piekt, en nemen vervolgens af richting de avond wanneer de activiteit afneemt en de ventilatie de tijd krijgt om te herstellen. Door metingen te verrichten tijdens de openingstijden en te volgen hoe de concentraties zich gedurende de dag opbouwen en stabiliseren, worden gegevens verkregen die representatief zijn voor de werkelijke blootstelling, in plaats van een statistisch gemiddelde dat de meest veeleisende perioden afvlakt. Parallelle monitoring op tientallen locaties maakt ook zinvolle vergelijkingen tussen parkeergarages mogelijk: welke locaties de ophoping van fijnstof beter beheersen, waar de ventilatie naar behoren functioneert en waar de zuiveringstechnologie een meetbaar verschil maakt.
Resultaten
Op alle meetlocaties in België bleven de CO2- en lichte VOC-concentraties binnen de vastgestelde grenswaarden. Wat betreft fijnstof lieten de gegevens van Brussel 2-Portes een daling zien in de PM2.5-concentraties tussen 2021 en 2022, die zich doorzette tot en met 2023 – een trend die deels toe te schrijven is aan de verbeteringsmaatregelen die in die periode zijn doorgevoerd. Op alle Belgische locaties bleef de PM10-concentratie voldoen aan de geldende normen. De meetgegevens brachten ook aan het licht waar voortdurende inspanningen op het gebied van luchtkwaliteit het meest van belang zouden zijn: PM2.5 is de fijnstoffractie die het meest direct verband houdt met gezondheidseffecten, en de EU-wetgeving inzake luchtkwaliteit beweegt zich steeds meer richting de strengere grenswaarden die door de WHO zijn vastgesteld. Daarom is de reductie van PM2.5 de meest toekomstgerichte doelstelling voor het netwerk. Diezelfde logica geldt voor stikstofdioxide, waar nieuwe EU-indicatoren, waaronder de gemiddelde blootstelling over een periode van drie jaar, naar verwachting de nalevingseisen tot 2030 zullen bepalen. De investering van Interparking in continue monitoring van het gehele Europese netwerk stelt hen in een sterke positie om de prestaties ten opzichte van deze evoluerende normen te volgen en proactief te reageren naarmate de regelgeving strenger wordt.