Het dossier
Orange Belgium had behoefte aan een evaluatie van de binnenluchtkwaliteit in hun kantoorgebouw, een beoordeling van de prestaties van het HVAC-systeem en een onderzoek naar mogelijke blootstelling van gebruikers aan luchtverontreinigende stoffen. De bevindingen en aanbevelingen werden vastgelegd in een technisch rapport.
Wat we gedaan hebben
In de eerste fase plaatste Airscan diagnoseapparaten op meerdere locaties in het gebouw. Deze apparaten werden zo geplaatst dat ze de omstandigheden in verschillende soorten werkruimtes vastlegden – open kantoorruimtes, vergaderzalen en andere. Toen de resultaten een consistent PM2.5-patroon in één vleugel aangaven, installeerde Airscan drie extra apparaten op verschillende verdiepingen in dat gedeelte van het gebouw om een compleet beeld te krijgen van de concentraties. De metingen werden continu uitgevoerd, waarbij zowel de gemiddelde concentraties overdag als 's nachts en de piekwaarden werden vastgelegd. Hierdoor kon het team niet alleen de niveaus analyseren, maar ook de timing en de consistentie van het patroon. Tegelijkertijd voerde Airscan een volledige HVAC-inspectie uit volgens de ASHRAE-normen.
Hoe het werkt
Het vaststellen van de bron van een fijnstofpatroon in een kantoorgebouw met meerdere verdiepingen vereist een methodische uitsluiting van mogelijke oorzaken. Airscan onderzocht vier hypothesen: lokale stofverspreiding nabij een apparaat, mineralen of biologische deeltjes verspreid door een vloerbevochtiger, infiltratie van fijnstof van buiten via open ramen gezien de ligging van het gebouw aan een drukke straat, en gebrekkig onderhoud aan de ventilatieroosters van de betreffende vleugel. Elk van deze hypothesen werd getoetst aan de hand van de data. De vrijwel identieke fijnstofconcentratiecurven die op alle drie de gecontroleerde verdiepingen werden waargenomen – ondanks de verschillende ruimtelijke indeling van elke verdieping – vormden de belangrijkste diagnostische bevinding. Oorzaken die lokale of inconsistente patronen zouden hebben veroorzaakt, werden uitgesloten. De consistentie van de trend over de gehele vleugel, inclusief het dag-nachtgedrag van de concentraties, wees in de richting van het ventilatiesysteem als de meest plausibele bron. De gemiddelde fijnstofconcentraties op de gecontroleerde verdiepingen varieerden tussen ongeveer 8 en 11 µg/m³, waarbij de data een voldoende duidelijk beeld gaven om gerichte actie te rechtvaardigen in plaats van een algemene interventie.
Resultaten
Orange Belgium ontving een volledig beeld van de luchtkwaliteit in hun kantoren, een gestructureerde diagnose die de meest waarschijnlijke bron van het PM2.5-patroon identificeerde, en specifieke aanbevelingen voor verbetering – waaronder ventilatieonderhoud en praktische richtlijnen voor het beheer van ramen tijdens de spitsuren op de aangrenzende laan. De HVAC-inspectie leverde een onafhankelijke prestatiebeoordeling op volgens de ASHRAE-normen, waardoor het faciliteitenteam een betrouwbare referentie kreeg voor de mechanische systemen van hun gebouw.